Sint-Leo College Brugge Secundair

  • Potterierei 11 .
  • 8000 Brugge.
  • 050 44 59 33

Het Sint-Leocollege bestaat al meer dan een eeuw. Om even deze traditie te schetsen,
pikken we enkele markante bladzijden uit de geschiedenis van het college...

sintleoglas


Oprichting en eerste schoolreglement
Bouw van de 'steenoven' aan de Carmersstraat 
Het schip
Nieuwe kapel en internaat
Eerste Wereldoorlog
De keuken in handen van zusters
Nieuwbouw aan de Elisabeth Zorghestraat
Een nieuw voorgebouw
Nieuwe sporthal
De knechtenschool en de vrouwen

Oprichting en eerste schoolreglement

geschiedenis 1Op 26 juli 1890 werd in de pers de oprichting van een nieuwe school in Brugge kenbaar gemaakt. In 'Het Burgerwelzijn' van die dag lezen wij:

"De opening van eene middelbare knechtenschool in de lokalen van het engelsch oud Seminarie, langs de Potterierei, is besloten."

 Tijdens de laatste week van augustus 1890 liet de eerste directeur van 'Sint Leo's gesticht' in enkele Brugse kranten een brief verschijnen die de oprichting en het schoolreglement van de nieuwe school aankondigde. Enkele fragmenten uit deze lange omzendbrief, waarbij we enkele treffende passages markeerden:

"Ik heb de eer u te laten weten dat Zijne Doorluchtige Hoogweerdigheid de Bisschop eene middelbare school voor jongelingen komt in te richten, in het Engelsch seminarie. De luchtige speelplaatsen, rondom van eenen schoonen hof omgeven, zullen aan de leerlingen een aller aangenaamst en gezond verblijf verschaffen. De nieuwe school zal de naam dragen van Sint Leo's gesticht. De kinderen zullen er aanveerd worden van 7 jaren voort, en zullen uitsluitelijk toevertrouwd worden aan de ijverige zorgen van geestelijke professors. De leerlingen zullen hunne christene plichten kwijten in het gesticht zelve; te dien einde zullen zij op Zon- en Feestdagen naar de school komen. Om aan de ouders den zwaren last te sparen van zelve het werk hunner kinderen na te zien, zal er in het gesticht eene avondstudie zijn. Zoo zullen de leerlingen gedwongen zijn hunne werken te maken en hunne lessen te leeren onder het wakend oog hunner meesters. Binst het schooljaar zullen de ouders altijd den bestierder kunnen spreken den dinsdag en donderdag van 9 tot 11 ure 's morgens en van 3 tot 5 ure 's namiddags.

De Bestierder
P. Van der Meulen"

geschiedenis 2Op maandag 22 september 1890 zette Sint-Leo voor het eerst zijn deuren open en werden de 57 ingeschreven leerlingen opgewacht door een priesterdirecteur en een lerarenkorps dat bestond uit drie seminaristen en twee leken, een muziekleraar en een 'professor van houding' (turnleraar). Op het einde van het eerste schooljaar waren er al 87 leerlingen.
In 1897 werd het voor het eerst mogelijk de volledige cyclus van de moderne humaniora in het Sint-Leo instituut af te leggen. De benaming college werd in die tijden voorbehouden voor instellingen met een oude humaniora.

Tot 1915 was het Sint-Leocollege een privéschool en dienden de ouders van de leerlingen leergeld te betalen. Pas vanaf januari 1916 werd het instituut gesubsidieerd en geïnspecteerd.

Bouw van de 'steenoven' aan de Carmersstraat

geschiedenis 3De instelling bloeide. In 1892 konden de gebouwen van het Engelse seminarie de 148 leerlingen geen comfortabele behuizing meer bieden. In het tweede schooljaar was men immers gestart met de middelbare afdeling: naast de vijf klassen van de basisschool en de 'Cours Préparatoire', de voorbereidende klas, had Sint-Leo in 1891 ook zijn 'Sixième professionnelle', zijn eerste moderne. In 1893 werden vier klaslokalen opgetrokken in rode baksteen, die de kroniekschrijver van het bisdom beschreef als "dat groot lelijk schoolgebouw aan de Carmersstraat". In de volksmond werd dit gebouw de steenoven genoemd. Dit gebouw bleef overeind tot 1978.

Het schip

geschiedenis 4Dat gebouw dat vele generaties oud-leerlingen onder die naam kennen en waar tot op vandaag de klassen van het derde jaar zijn gesitueerd, werd in 1861 omgevormd tot studielokalen van het Engels Seminarie. Vanaf de oprichting van het Sint-Leocollege tot 1905 deed de eerste verdieping dienst als kapel.

geschiedenis 5Daarna werd zij als studiezaal ingericht. Studeren gebeurde op brede banken met zijn vijven op een rij. De spreuken op het doksaal moesten aanzetten tot vlijt en bezinning: "In Gods wegen ligt Gods zegen" en "In Gods zegen is 't al gelegen".

Nieuwe kapel en internaat

geschiedenis 6Reeds in 1895 vroeg de directeur van het Sint-Leocollege aan de bisschop schriftelijk de toestemming om een internaat op te richten. Hij stelde vast dat er al twee internaten waren in Brugge, "celui des frères Xavériens, et celui du Collège Saint-Louis". Maar hij vond dat geen reden om met de bouw van een nieuw internaat een aanvang te nemen. In het eerste internaat waren immer "plusieurs protestants" aangetroffen wat dit internaat "peu sympathique" maakte en in het tweede was het enkel geschikt voor "une classe de la bourgeoisie supérieure" door zijn hoge kostprijs.

Het zou nog tot 1898 duren voor de bisschop zijn toestemming gaf om een architect aan te spreken voor de bouw van een internaat en een kapel. De kapel kon op 6 december 1904 plechtig worden ingewijd.
Het orgel van het gerenommeerde huis Th. Delmotte et Fils uit Doornik kon pas in oktober 1906 ingewijd worden.

Bemerk de twee venstertjes waardoor zieke internen in de slaapzaal op de benedenverdieping en in die op de eerste verdieping de mis konden volgen.

geschiedenis 7Op maandag 24 september 1906 kwamen de eerste 66 internen zich installeren in de twee grote 'chambrettezalen' op het college. In dat jaar steeg het leerlingenaantal tot 366 (193 in de lagere en 173 in de middelbare).

Deze chambrettezaal was opgedragen aan Sint-Aloysius. Bemerk de gasverlichting en de sanitaire voorzieningen voor elke intern: de lampetkan en wasteil. Pas in 1959 konden de oudste internen chambrette en lampetkan inruilen voor een kamertje met centrale verwarming en stromend water.

geschiedenis 8De moestuin bleef bestaan tot 1933 toen de speelplaats werd uitgebreid. Tot zolang werden de internen zoveel mogelijk gescheiden gehouden van het externaat. Ze hadden hun eigen speelplaats die door de moestuin en een bomenrij van de andere speelplaats gescheiden werd. De bomen bleven tot 1970  overeind.

geschiedenis 9Op 16 mei 1987 werd het vernieuwde internaatsgebouw geopend. Boven de ruime kelders, ingericht als speelzalen en hobbyruimtes, werden de drie oude niveaus heringedeeld in vijf etages, met een studiezaal op de eerste verdieping en daarboven 74 nieuwe individuele kamers met douches en sanitaire infrastructuur.

Eerste Wereldoorlog

 Het schooljaar 1914-1915 was als naar gewoonte begonnen in de vierde week van september. Omdat men de doorbraak van de Duitsers nog niet zo vlug verwachtte, waren slechts enkele internen niet op het appel verschenen. Toen echter een Duits vliegtuig op 16 oktober 1914 de eerste bom in de buurt had gedropt, ze viel op de kazerne bij de Kruispoort, werden de lessen bruusk onderbroken. De externen liepen naar huis en de internen slaagden er allemaal in op eigen houtje thuis te geraken. In de eerste bezettingsdagen hadden enkele Duitse cavaleristen geprobeerd hun paarden in Sint-Leo te stallen, maar de directeur slaagde erin dit te verhinderen door erop te wijzen dat "Saint-Léon n'était point une écurie"

geschiedenis 10Begin november 1914 gingen de schooldeuren opnieuw open. Het internaat bleef evenwel gesloten. Bijna alle leerlingen van de hoogste twee jaren hadden intussen de stad verlaten. De lagere afdeling, het 7de voorbereidende en de vier eerste humanioraklassen, gingen terug aan het werk, maar geschikt onderwijzend personeel vinden was een groot probleem. Daarom werden seminaristen ingeschakeld. Op 17 januari 1917 kreeg de directeur van de Duitsers het bevel de school binnen de zes dagen te ontruimen. Sint-Leo zou als hospitaal ingericht worden.
Alle meubels, bedden en huisgerei moesten evenwel ter plaatse blijven. Nog diezelfde dag werden de nodige lokalen gevonden om klassen in onder te brengen en in de bijtende kou van 1917 zag men een stoet van jongeren de Potterierei verlaten om hun schoolgerei te verhuizen. De lagere afdeling kreeg onderdak in een woning in de Hoogstraat. De vier middelbare klassen mochten hun intrek nemen bij de Zusters Apostolinnen in de Balstraat. De lessen werden vaak geruime tijd onderbroken om brandstof te besparen.

In oktober 1918 verlieten de Duitsers Brugge. De Duitse soldaten hadden de school als een vuilnisbelt achtergelaten. De ontploffing van een geallieerde bom had heel wat schade veroorzaakt. In januari 1919 konden de externen weer de lessen volgen in hun eigen lokaal. De herstelling van alle oorlogsschade zou nog aanslepen tot 24 september 1919, daags voor het begin van het nieuwe schooljaar. Op die dag werd ook het internaat heropend. Na de oorlog betreurde de school het overlijden van een priester-leraar en van 37 leerlingen. In het koor van de kapel werd voor hen een koperen gedenkplaat aangebracht.

De keuken in handen van zusters

 In 1922 werd in een vleugel van het voorgebouw het 'slot' ingericht: daar verbleven enkele kloosterlingen van de Zusters van de H. Vincentius van Gits. Deze kloosterlingen, die in de keuken de plak zwaaiden, waren een stuk goedkoper dan de knechten en de meiden. De boterhammen van de internen waren door de zusters en door middel van een ingenieuze smeermachine van boter voorzien; wie enig ander beleg op zijn brood wilde, moest dat van thuis meebrengen.

In 1932 werd een nieuwe keuken gebouwd en kregen de zusters een nieuw slot met privékapel. Pas op 5 januari 1980 zouden de laatste drie zusters het college verlaten. Daarna werd het 'slot' tot conciërgewoning omgebouwd.

Nieuwbouw aan de Elisabeth Zorghestraat

geschiedenis 11Voor nieuwe klas- en studeerruimte werd tussen 1935 en 1972 aan de Elisabeth Zorghestraat in verschillende fazen een complex opgetrokken dat met zijn 140 strekkende meter bijna de volledige straat beslaat. De kelder van het recentste gedeelte bood vanaf 1971 ruimte voor meer dan 500 fietsen. De toegang voor de leerlingen die aan de Potterierei steeds meer moeilijkheden veroorzaakte, werd begin 1972 definitief verplaatst naar de E. Zorghestraat.

Tot dan hadden zich jarenlang honderden scholieren door het beroemde 'poortje 14' en het smalle gangetje erachter de school binnen- en buitengewurmd.

Een nieuw voorgebouw

geschiedenis 12Tot in 1959 waren de priesterleraars gehuisvest op de Potterierei 8 tot 11.
Deze tot op de draad versleten huizen hadden geen voorkomen meer. Ze hadden uitgesleten trappen en een plankenvloer vol gaten, de kamers waren slecht verlicht en moesten met kolenkachels verwarmd worden. Tussen 1959 en 1961 werd hier een nieuwe hoofdingang gebouwd met op de verdiepingen kamers met modern comfort.

Vele van deze kamers voor de priester-leraars zijn nu omgevormd tot vergaderzalen en moderne kantoren voor de administratie.

Nieuwe sporthal

geschiedenis 13In 1931 werden oude bouwvallige panden op de Potterierei 14 en 15 gerooid en op die plaats verrezen twee neogotische trapgevels. In 1982 verdwenen deze gevels uit het straatbeeld. Ook de woningen op de Potterierei 12 en 13 werden in dat jaar gesloopt. Waar eens deze woningen stonden, werd op 19 november 1982 de eerste steen gemetseld van een nieuwbouw. Hoewel dit kunstwerk reeds de volgende ochtend verdwenen bleek, ging de bouw van dit complex toch door. Op 15 mei 1985 werd de ingebruikneming van dit geheel met o.a. de ruime sporthal gevierd. Anno 1946 was er nog geen sprake van een sporthal en werden deze lessen op de kleine speelplaats in kniebroek en hemd met lange mouwen georganiseerd.

De knechtenschool en de vrouwen

geschiedenis 14In 1971 deed de eerste vrouw haar intrede op de middelbare afdeling van het Sint-Leocollege als vervanger van een zieke leraar Frans. In september 1977 verwelkomde het college de eerste voltijdse lerares op de middelbare afdeling, de classica Vera Bouckaert.

Vanaf 1 september 1993 mochten de eerste meisjes, zes pioniers in wat tot dan toe een mannenbastion was geweest, op de schoolbanken plaatsnemen. Het toenmalige tijdschriftje van de leerlingen 'Spiritus' besteedde uitgebreid aandacht aan deze gebeurtenis met een diepgaand interview. In de volgende twee jaren werden progressief meisjes ingeschreven voor het tweede en het derde jaar en vanaf 1997 was de knechtenschool (sic!) van weleer een volwaardig gemengde middelbare school.

(Met dank aan Marc Termont, Piet Dedecker en Carlo De Rycke)